Truus Schröder schrijft haar dochter Han Schröder die in L.A. is over het Meyenhaghe-project, ontworpen door Han Schröder
[met potlood toegevoegd] Austerlitz 1964 voorjaar? [einde toevoeging] I Lieve Keetje, ik heb je zooveel te schrijven, dat ik bijna overloop al is het meeste niets bijzonders. Maar eerst maar het voornaamste! Ik kreeg ’n opgewonden enthousiast verhaal van Mientje Serton over de verpleegstershuisjes! [begin onderstreping] Zelf [einde onderstreping] verrukt! Geen spoor van onzekerheid van doen of niet doen, maar ze was ook met een groepje van ik geloof 30 a.s. bewoonsters (de eerste a.s.-groep) erheen geweest om te kijken op een afgesproken dag maar in plaats van 30 waren er wel 70 bezoeksters. Ze hadden allemaal een of meer menschen meegebracht. Mientje zei het was aandoenlijk geweest te zien en te horen hoe gelukkig hoe verrukt ze [begin onderstreping] allemaal [einde onderstreping] geweest waren. Sommigen hadden helemaal geen details en zoo gezien of zich verdiept in kleuren maar alleen al [begin onderstreping] die [einde onderstreping] ruimte! En dat je hieraan gedacht had en nee, zie nou eens [begin onderstreping] daar! [einde onderstreping] Enz. Mientje vond dat je zoo geweldig alles overdacht had en dat je soms pas na een tijdje ineens zei o kijk dat kan zoo en zoo dat heeft ze natuurlijk expres zoo gedaan! Gaastra, […] en iedereen waren onder de indruk van het geluk en enthousiasme van de a.s. bewoonsters. Serton zei ik vind het ook zoo leuk dat een vrouw dit heeft gedaan en dat heeft gedaan! Gaastra vindt dat je [begin onderstreping] hier nodig [einde onderstreping] bent, dat je zooveel werk hier te doen zult hebben, dat je hier [begin onderstreping] echt [einde onderstreping] nodig bent en ik zei onder de indruk van wat je hier presteerde en van de onzekerheid in ’t kiezen van de afwerking ([…]) zie: “ja, schrijf u het haar maar.” Maar lieve Kee, ik heb juist heel andere gedachten namelijk ineens ben ik helder gaan zien, dacht ik, en gaan voelen, hoe enórm goed je dit verblijf in L.A. doet, hoe je brieven de indruk maken van gelukkig-zijn, niettegenstaande het rotte werk en de nare omgeving in het werk, en ik verwijt mezelf dat ik je niet losliet en dat je zoo veel aan mij schrijft, o.a. omdat ik er om vroeg. Dat hoeft nu niet meer Han. Als ik telkens een paar regels hoor dat alles echt goed is, dan ben ik ook gelukkig. Natuurlijk vind ik het fijn alles zoo mee te kunnen en mogen beleven, maar ik heb nu een hele provisie, die ik nog grondig verwerken moet, in me opnemen moet. Je weg leren in L.A. in je omgeving, waarvoor bijna alle gegevens hier zijn, maar ’t duizelt me nog te veel. Wel denk ik: wat moet het heerlijk zijn als je in zoo’n prachtige omgeving (natuur) zoo vrij zoo zonder drang van anderen, zoo zonder die spanningen die je hier altijd had, rond kunt lopen in je werklunch na je werk in in ’t weekend. ’t Is soms net: nu rust dan eindelijk ’t ruwe noorden. Want wat je op je films laat zien, dat toont toch wat je opmerkt en waarom je geniet. En nu komt ineens de heel gekke vraag. “Moet ze dit nu wel afbreken, weer naar zoo’n moeilijk klimaat terug waar ook het werken veel moeilijk voor je gezondheid zal zijn. Zoolang als ze nu tevreden is in haar eentje daar in L.A. waarom dan veranderen waarom niet proberen [begin tussengevoegde tekst] Fl. en jij [einde tussengevoegde tekst]” elkaar nog één keer meer per jaar te zien en allebei zoo doorgaan? Tot het niet meer gaat! Ik heb van mezelf zoo dom gevonden dat ik toen R vrij was hem niet aangespoord heb nog een tijd vrij en alleen te blijven! Zie ik het verkeerd lieve Kee. [begin onderstreping] Natuurlijk [einde onderstreping] kan ik het niet beoordelen. Ik heb alleen zoo’n enorm sterke indruk van vrede en rust en harmonie diep in, dat ik vrees voor de verstoring door iets anders, dat zeker ook heel goed is. Alleen [begin onderstreping] die [einde onderstreping] vrede die ik [begin onderstreping] meen [einde onderstreping] te vinden in je brieven en films, die is zoo erg moeilijk te vinden in het leven en moet genezing zijn voor je na al die spanning hier. Stomme brief? Het zij zoo. Zeg maar alleen dat ik het niet goed zie! Ik heb altijd gedacht dat met Florence samen “het” zou zijn, maar het kan toch nodig zijn dat voor genezing dit eraan [begin onderstreping] vooraf [einde onderstreping] moet gaan? Toen je in Zwitserland een tijdje onder invloed van een bepaalde filosoof was, die ook oefeningen liet doen (weet je nog wie ik bedoel) heb ik ook een tijdje gemeend dat je eigenlijk […] naar boven kwam door die rust.