Ga direct naar hoofdinhoud

Bodeteken van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde

Anoniem Utrechts1611 - 1680
Bodeteken van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde

Bodeteken van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde

Werkgevers willen vakbekwaam personeel en behoorlijke prijzen voor hun producten, klanten willen gegarandeerde kwaliteit, en werknemers willen goede arbeidsvoorwaarden en voorzieningen bij ziekte of oude dag. Ook in de Middeleeuwen werd dit van belang gevonden. Daarom organiseerden vakgenoten zich in zogenaamde ambachtsgilden, eerst in Italië, maar later ook elders. De gilden zorgden voor kwaliteitsvoorschriften, reguleerden arbeidstijden, voorzagen in opleiding en zorgden voor opvang bij ziekte of ouderdom. Ook vormden zij een politieke lobby om bij het stadsbestuur gunstige maatregelen te bepleiten. Een ambachtsman of handelaar begon bij een gildelid als leerling en kon dan na verloop van tijd gezel (knecht) worden. Wie eigen baas (meester) wilde worden moest een bewijs van vakbekwaamheid leveren, de meesterproef. Na goedkeuring hiervan en de betaling van contributie konden nieuwe leden toetreden. Voor zonen van zittende leden was dit allemaal gemakkelijker dan voor buitenstaanders.

In Utrecht ontstonden de eerste gilden in de late dertiende eeuw . Ze wonnen snel aan invloed en kregen zelfs het recht om de stedelijke raad te kiezen. Een belangrijke taak van de Utrechtse gilden was het verdedigen van de stadsmuur. Elk gilde nam een stuk tussen twee torens voor zijn rekening. De Smeetoren (van het smedengilden) was er een van.  Het smedengilde was het rijkste en het machtigste van de 21 die de stad telde. Het had bij het gildehuis een verzorgingshuis voor bejaarde leden, het Eloyengasthuis, genoemd naar hun patroonheilige, Sint Eloy. Deze schutspatroon (elk gilde had er een) speelde een belangrijke rol in het gildeleven.
De gilden zorgden niet alleen bij leven voor de leden, maar ook na de dood. Een fatsoenlijke begrafenis was voor de mensen in het verleden heel belangrijk. Gilden hadden eigen grafkelders en collega’s droegen de baar, die was bedekt met zwart laken, versierd met zilveren spelden. Deze symboliseerden het ambacht van het betreffende gilde . Het Centraal Museum bezit dertien lijkkleedversierselen van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde: sjouwende zakkendragers, korenmaten en schoppen. Ze zijn in 1611 gemaakt door een onbekende zilversmid .
Na de Middeleeuwen veranderde de positie van de gilden. Ze raakten hun politieke invloed kwijt en met de reformatie verdween ook hun religieuze rol. De functie van vakorganisatie bleef, maar er kwam steeds meer kritiek op het gesloten karakter. Vooral het tegengaan van concurrentie van  collega’s van buiten de stad kwam onder vuur te liggen. Aan het begin van de negentiende eeuw werden de gilden officieel opgeheven.

Titel
Bodeteken van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde
Datering
1611 - 1680 (1611, mogelijk 1680)
Objectsoort
bodeteken
Objectnummer
4321 a

Anoniem Utrechts

Bekijk volledige profiel
Materiaal
zilver
Techniek
zilver
Afmetingen
  • hoogte 15.8 cm
  • breedte 12 cm
  • gewicht 62.5 gr
  • gehalte
Verwerving
aankoop (1884)
Opschriften en markeringen
inscriptie op de schoot: Frans van // Bentúm // de Boeij, inscriptie op de korenmaat bovenaan: Jacob.Gertsen.van.Coetsvelt, inscriptie op de buik links: Jan // Jacobsen // van Vre // denbúrgh, inscriptie op de buik midden: Hermen // Jansen// van de // Ham, inscriptie op de buik rechts: Jan // Jansen // Ver // meúlen, opschrift onderaan: Dit.sijn.de.Deeckens.en.Búsmesters.inder.tijt.Anno.1680.... (later aangebracht)
Opmerkingen
  • Tot 1997 (publicatie van de collectiecatalogus Metalen) was de datering: ca. 1600
Rechten
Publiek domein
Documentatie
Zakboek : over lucht-, doedel-, trek-, Sinterklaas- en andere zakken : een verzameling bijeengebracht ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van zakkenfabrikant Bates Cepro, Maastricht 1983, Simon Carmiggelt, Emile Meijer, Van Lindonk Special Project (Ter Aar, 1983), 60 p.
Ach Lieve Tijd. Dertien eeuwen Utrecht etc., M.W.J. de Bruijn, P.D. 't Hart, K. Hazelzet, D.C. van der Maarel. J.E.A.L. Struick en S. Verbeeck (red.), Waanders b.v. (Zwolle, 1984-1985)
Art et Travail
Atlas van platen, behoorende bij het 2e deel (nieuwe reeks) van de Verhandelingen uitgegeven door Teylers Tweede Genootschap (De Noord-Nederlandsche gildepenningen), J. Dirks, De Erven F. Bohn (Haarlem, 1879), CXLIII bl.
Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928, cat. nrs. 2891-4142], W.C. Schuylenburg, Centraal Museum (Utrecht, 1928) (Utrecht), VII + 734 p.
Catalogus van het Museum van Oudheden [1878], supplement, S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1878)
Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1904) (1904)
Le vie en Hollande au XVIIe siècle : Tableaux, dessins, estampes, argenterie, monnies, médailles et autres témoignages : exposition organiseé par l'Institut Neérlandais, Frits Lugt, Sadi de Gorter, Carlos van Hasselt, Institut Néerlandais (Parijs, 1967), [88] p., 119 p. plates
Edele en onedele metalen. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht [edele metalen cat. nr. 1-250], Louise E. van den Bergh-Hoogterp; B. Dubbe, Centraal Museum (Utrecht, 1997)
Markten in Utrecht : van de vroege Middeleeuwen tot nu, Jan Brugman, Hans Buiter en Kaj van Vliet, Matrijs (Utrecht, 1995), 120 p.
De Noord-Nederlandsche gildepenningen : tweede deel, wetenschappelijk en historisch beschreven en afgebeeld door Jacob Dirks, De Erven F. Bohn (Haarlem, 1878), VIII, 422, 63 p.
Stedenspiegel : tentoonstelling ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten, [teksten A.N. Zadoks-Josephus Jitta ... et al.], Gemeentemuseum Den Haag (Den Haag, 1964), 150 p., [72] p. pl.
Stukken uit de krant : verhalen over 2000 jaar Utrecht, samenst. en tekst Renger de Bruin en Maarten Brinkman, Centraal Museum (Utrecht, 2009]), 16 p.