Object
Portret van Johannes Ens (1682-1732)
- Maker
- Jacob Folkema
- Titel
- Portret van Johannes Ens (1682-1732)
- Datering
- ca. 1732
- Objectnummer
- 10802
Johan George Colasius
werkzaam in Utrecht tussen 1698 en 1734
- Materiaal
- papier
- Techniek
- gravure op papier
- Afmetingen
- hoogte 18.9 cm
- breedte 14.3 cm
- hoogte (passepartout) 42.5 cm
- breedte (passepartout) 30 cm
- Verwerving
- aankoop (1951)
- Geassocieerde periodes
- Habsburgse tijd en Republiek 1528-1795
- Geassocieerde onderwerpen
- hervormden (Utrecht) (religie), hoger onderwijs (Utrecht) (onderwijs)
- Trefwoord
- portret, mansportret, Ens, Johannes
- Opschriften en markeringen
- opschrift l.o.: Collasius pinxit., signatuur r.o.: Jacb. Folkema sculpsit., opschrift m.o.: Johannes Ens.C.Z. // Doctor en Professor der H. Godtgeleertheid, // als mede Predikant te Utrecht. // Geboren te Quadyk. 9 May. A°. 1684. Overleden te Utrecht. 6 Jany. A°. 1732.// [eerste kolom] Driekonsten toonen hier naer't leven // Hoe ENS van buiten is geweest // [tweede kolom] De groote gaeven van zijn geest // Van binnen, toönden' er geen zeven. // Petrus Ens.
- Opmerkingen
- Johannes Ens (Kwadijk 1682-Utrecht 1732), theoloog, werd in 1720 predikant en hoogleraar godgeleerdheid in Utrecht. Deze gravure is gemaakt naar Johan George Colasius, 'Johannes Ens', ca.1725-1730, olieverf op doek op board, 66,5 x 55,5 cm, Universiteit Utrecht (Senaatszaal). In de collectie van het centraal Museum bevindt zich nog een exemplaar van deze gravure (inv.nr. 14270).
- Rechten
- Publiek domein
- De Catalogus der schilderijen [1952], Centraal Museum (Utrecht, 1952), LVIII + 512 p.
- Catalogus van het Historisch Museum der stad, supplement
- Niederländisches Künstler-Lexikon : erster Band : A-K [1906], auf Grund archivalischer Forschungen bearb. von Alfred von Wurzbach, Von Halm und Goldmann (Wien und Leipzig, 1906), VIII, 778 p.
- Niederländisches Künstler-Lexikon : erster Band : A-K [1974], auf Grund archivalischer Forschungen bearb. von Alfred von Wurzbach, Israël (Amsterdam, 1974), IV, 778 p.